Dieet Pro

Glucose is één van de snelle suikers. Als je koolhydraten binnenkrijgt uit voeding dan worden deze eerst verteerd waarna ze als glucose in de bloedbaan komen. De glucose wordt vervolgens in de weefsels opgenomen zoals in de spierweefsels. Insuline zorgt ervoor dat de opname door de weefsels snel gebeurt. De glucose kan pas dan gebruikt worden voor energie. De verbranding van glucose gebeurt in de cellen. Er zijn enzymen die de glucose afbreken. Er blijft dan lactaat of pyruvaat over. Het afbreken van de glucose wordt glycolyse genoemd. De stoffen worden vervolgens nog een keer afgebroken waarna er energie ontstaat voor het lichaam. Dit is bekend als de citroenzuurcyclus.

Glucosegehalte
Het glucosegehalte in het bloed stijgt als je koolhydraten binnenkrijgt. Er komt dan meer glucose in het bloed waardoor het glucosegehalte stijgt. Als je koolhydraten binnenkrijgt dan stijgt het glucosegehalte normaal gesproken tot circa twee uur na de inname. Na deze periode neemt het glucosegehalte weer af. Dit gaat niet oneindig door. Als het gehalte glucose in het bloed te laag wordt dan wordt het hormoon glucagon aangemaakt. De glucagon zorgt ervoor dat het gehalte glucose weer stijgt tot het wederom in evenwicht is.

Hormonen
Twee hormonen houden het glucosegehalte in het bloed op de juiste hoogte. Dit zijn insuline en glucagon. Deze twee hormonen zorgen ervoor dat alles op hetzelfde niveau blijft. Als het glucosegehalte in het bloed te laag wordt dan is er sprake van hypoglykemie. Dit wordt ook wel een hypo genoemd. Als het glucosegehalte in het bloed te hoog is dan is er sprake van hyperglykemie. Een te hoog of een te laag gehalte glucose in het bloed is niet gezond en kan zelfs gevaarlijk zijn.

Glycogeen
Als glucose wordt opgeslagen in het lichaam dan spreekt men niet meer van glucose maar van glycogeen. Het glycogeen wordt opgeslagen in de spieren en in de lever. Dit is de voorraad energie van het lichaam. Als er energie nodig is dan worden deze voorraden aangesproken. Als dit niet voldoende is dan kan het lichaam ook glucose aanmaken uit vetten en uit eiwitten. Deze omzettingen vinden plaats in de lever. Glucose dat uit eiwit gemaakt wordt heeft de naam aminozuren. Glucose dat uit vetten wordt gemaakt heet glycerol.